Transcription of VEILIGHEID VAN DE STAAT - standaard.be
1 VEILIGHEID VAN DE STAATFOD JUSTITIE I inleiding 4 1. Wettelijke basis 6 2. Middelen 11 3. Vijf sleutelprocessen 12 II anticiperen op en opsporen van nieuwe fenomenen en bedreigingen 15 1. De wereld aan het beginvan de 21ste eeuw 16 2. De VEILIGHEID van de STAAT 20 III de kerntaken: verzamelen, analyseren en evalueren van informatie; communiceren van inlichtingen 22 1. Extremisme en terrorisme 24 2. Spionage en inmenging 42 3. Georganiseerde misdaad 46 4. Bescherming van het Wetenschappelijk en Economisch potentieel 52 5. Proliferatie 61 6. Schadelijke sektarische organisaties 64 INHOUDSTAFEL IV veiligheidsonderzoeken 68 1. Wettelijke opdrachten 70 2. Wapenvergunningen 71 3. Het veiligheidsbureau 72 V bescherming 75 1.
2 Achtergrond 76 2. Totstandkoming van de opdracht 76 3. De verschillende soorten opdrachten 77 4. De problematiek van de Europese tops 77 5. Werkdruk 78 VI uitbouw van de professionele vorming 82 1. Vorming 84 2. Hervorming 85 Contactgegevens 86 Inhoud afgesloten eind 2004 Redactie afgesloten mei 2005 Het is misschien nuttig om een korte inleiding te wijden aan de wetten en de regels waaraan de dienst zich moet houden en de middelen waarover we beschikken. Vaak blijken populaire misvattingen het nog steeds te halen van de realiteit. Vandaar dit kleine IINLEIDING61. wETTELIJkE bASISEr wordt wel eens gedacht dat een inlichtingendienst buiten de wet STAAT en alle middelen mag aanwenden om het gewenste doel te bereiken.
3 Niets is minder waar. De VEILIGHEID van de STAAT is gebonden aan een wettekst en is onderworpen aan parlementaire controle. Deze laatste kan beroep doen op een onafhankelijk controleorgaan, het Vast Comit van Toezicht op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (het zogenaamde Comit I ) dat controleert of de VEILIGHEID van de STAAT zich aan de wettelijke bepalingen houdt en dat kan optreden als gerechtelijke algemene beleidslijnen van de dienst worden bepaald door het Ministerieel Comit voor Inlichtingen en VEILIGHEID , waarvan de Eerste Minister de voorzitter is en waarin de Ministers van Justitie, Landsverdediging, Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Mobiliteit zetelen.
4 Andere ministers kunnen uit- genodigd worden indien er gepraat wordt over zaken die hun domein aanbelangen. Zo maakt nu ook de Minister van Financi n permanent deel uit van het comit .De algemene richtlijnen van het Ministerieel Comit worden voorbereid en na beslissing geconcretiseerd door het College voor Inlichtingen en VEILIGHEID , waarin onder andere de Administrateur-generaal van de VEILIGHEID van de STAAT wet die de werking van de VEILIGHEID van de STAAT regelt is de Wet van 30 november 1998 houdende regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdienst ( , 18 december 1998). Deze tekst wordt hier niet integraal weergegeven. Er hoort echter wel een woordje uitleg bij de wettelijke opdrachten van de dienst (artikel 7).
5 Deze opdrachten kunnen worden opgesplitst in vier categorie n:1 de inlichtingenopdracht2 de veiligheidsonderzoeken3 de protectie4 de opdrachten die door of krachtens de wet worden toevertrouwd 7A. DE INLICHTINGENOPDRACHTDe taken van de VEILIGHEID van de STAAT bestaan voor een groot deel uit het inwinnen, analyseren en verwerken van informa-tie. Daarbij moet worden opgemerkt dat informatie hier niet zomaar gelijk STAAT aan inlichtingen . Naarmate bepaalde infor-matie wordt bevestigd door verschillende bronnen kan men met stijgende zekerheid zeggen dat het om inlichtingen gaat. Het is echter niet altijd evident om gegevens te laten bevestigen door verschillende bronnen. Toch wordt ernaar gestreefd om zoveel mogelijk informatie te verzamelen om zo een context te cre ren waarin informatie verwerkt kan worden tot VEILIGHEID van de STAAT wint informatie in over activiteiten van personen of groeperingen die de fundamentele waarden en belangen van het land bedreigen of zouden kunnen bedrei-gen.
6 De wet maakt een onderscheid in de waarden die dienen beschermd te worden:a) De inwendige VEILIGHEID van de STAAT en het voortbestaan van de democratische en grondwettelijke orde .De Belgische instellingen moeten in een veilig klimaat kunnen functioneren om de continu teit te garanderen. In de praktijk betekent dit onder meer dat de VEILIGHEID van de STAAT inlichtin-gen inwint over eventuele dreigingen tegen overheidsinstanties, maar ook dat er protectie wordt geboden aan Belgische rege-ringsleden en buitenlandse gezagsdragers wanneer zij in Belgi zijn voor offici le democratische en grondwettelijke orde verwijst naar de ele-mentaire beginselen die eigen zijn aan een rechtsstaat, maar ook naar de mensenrechten en de fundamentele de inwendige VEILIGHEID van de STAAT worden niet alleen de Belgische instellingen bedoeld maar ook de inwoners van de Belgische STAAT .
7 De VEILIGHEID van de STAAT vrijwaart dus ook de VEILIGHEID van personen en ) De uitwendige VEILIGHEID van de STAAT en de internationale betrekkingen Dit betekent dat de VEILIGHEID van de STAAT ervoor verantwoor-delijk is dat het nationaal grondgebied ongeschonden blijft, en dat de STAAT soeverein en onafhankelijk kan moet ervoor worden gezorgd dat de relaties van Belgi met andere landen goed kunnen ) Het wetenschappelijk of economisch potentieel De VEILIGHEID van de STAAT heeft de taak om de Belgische in-dustrie en wetenschappelijke centra te sensibiliseren over eventuele pogingen uit het buitenland om hoogstaande tech-nologie, die Belgi een economisch voordeel verleent tegenover andere landen, te kopi opdeling geeft een beter idee van de waarden die de VEILIGHEID van de STAAT moet beschermen, maar ze laat nog steeds interpretatieruimte over rond het type dreiging dat moet worden opgevolgd.
8 Daarom heeft de wet een opsomming voorzien van een aantal dreigingen die moeten worden opge-volgd, vergezeld van een definitie van elke dreiging: spionage: het opzoeken of het verstrekken van inlichtingen die voor het publiek niet toegankelijk zijn, en het onderhou-den van geheime verstandhoudingen die deze handelingen kunnen voorbereiden of vergemakkelijken. terrorisme: het gebruik van geweld tegen personen of mate-ri le belangen om ideologische of politieke redenen met het doel zijn doelstellingen door middel van terreur, intimidatie of bedreigingen te bereiken. extremisme: racistische, xenofobe, anarchistische, nationa-listische, autoritaire of totalitaire opvattingen of bedoelingen, ongeacht of ze van politieke, ideologische, confessionele of filosofische aard zijn, die theoretisch of in de praktijk strijdig zijn met de beginselen van de democratie of de mensenrech-ten, of met de goede werking van de democratische instel-lingen of andere grondslagen van de rechtsstaat.
9 Proliferatie: de handel of de transacties betreffende materia-len, producten, goederen, of knowhow die kunnen bijdragen tot de productie of de ontwikkeling van non-conventionele of zeer geavanceerde wapensystemen. In dit verband worden onder meer bedoeld de ontwikkeling van nucleaire, chemi-sche en biologische wapenprogramma s, de daaraan verbon-den transmissiesystemen, alsook de personen, structuren of landen die daarbij betrokken zijn. schadelijke sektarische organisatie: elke groep met filosofi-sche of religieuze inslag, of die voorwendt dat te zijn, die qua organisatie of in haar praktijk schadelijke, onwettige activitei-ten uitoefent, individuen of de maatschappij nadeel berokkent of de menselijke waardigheid schendt.
10 Criminele organisatie: iedere gestructureerde vereniging van meer dan twee personen die duurt in de tijd, met als oogmerk het in onderling overleg plegen van misdaden en wanbedrij-ven, om direct of indirect vermogensvoordelen te verkrijgen, waarbij gebruik wordt gemaakt van intimidatie, bedreiging, geweld, listige kunstgrepen of corruptie, of waarbij com-merci le, of andere structuren worden aangewend om het plegen van misdrijven te verbergen of te vergemakkelijken. In dit kader worden bedoeld de vormen en structuren van de criminele organisaties die wezenlijk betrekking hebben op de activiteiten bedoeld in artikel 8, 1 a) tot e) en g) [nvdr. worden bedoeld: spionage, terrorisme, extremisme, prolifera-tie, schadelijke sektarische organisaties en inmenging], of die destabiliserende gevolgen kunnen hebben op het politieke of sociaal-economische vlak.