Transcription of De eigen omgeving en veldwerk
1 233door Adwin Inleiding aardrijkskunde ligt op straat hoor je wel eens zeggen, dat is natuurlijk ook zo. Hoewel aardrijkskunde vaak geassocieerd wordt met spectaculaire thema s en verre landen, is wat dichtbij gebeurt minstens zo belangrijk en interessant. Veel geografische verschijnselen en processen spelen zich af in de leefomgeving van de leerling. Sommige daarvan, denk aan ingrij-pende ruimtelijke veranderingen als de herinrichting van een stadsdeel of de aanleg van een snelweg door een natuurgebied, raken de leerling direct. Niet alleen de gemoederen in een gemeente maar ook die onder leerlingen kunnen dan hoog oplaaien. Uiteraard moet je daar bij aardrijkskunde iets mee. Het is d kans om de leerlingen het gevoel te geven betekenisvol te leren. En wat is er dan leuker en leerzamer om hiervoor de leerlingen buiten de school, op locatie, aan het werk te zetten. Bedenk daarbij dat voor veel leerlingen aardrijkskunde een van de vele vakken is die ze dag in dag uit voorgeschoteld krijgen.
2 Het vak aardrijkskunde is voor die leerlingen net zo leuk, saai, interessant of verplicht als veel andere vakken. Maar door op veldwerk te gaan maak je iets in leerlingen los waar bijna geen ander schoolvak tegenop kan! CasusNa je opleiding ben je net begonnen op een nieuwe school. Het is april en je gaat in je 2e klas beginnen met het onderwerp Het Nederlandse land-schap . In de opleiding ben je al eens naar buiten geweest en heb je wel eens een grondboring gezet. Het lijkt je zo leuk om de leerlingen mee naar buiten te nemen om ze in het echt de verschillende grondsoorten te laten zien. Op de opleiding hebben ze je verteld dat leerlingen dit onderwerp meestal saai vinden behalve als je ze mee naar buiten je nog niet zo n ervaren boorder bent en omdat je de omgeving van De eigen omgeving en veldwerk8. 234de school niet goed kent, breng je dit ter sprake in het wekelijkse sectie-overleg. Je begint met een enthousiast verhaal en vraagt vervolgens.
3 Na jouw vragen blijft het even stil. Het oudste sectielid dat nog twee jaar te gaan heeft, mompelt dat ze dat toch niet leuk vinden en dat het jaren ge-leden al een keer totaal verregend en mislukt is. De sectieleidster die haar taak zeer serieus opvat, geeft aan dat ze het een leuk idee vindt, maar het gezien de huidige werkdruk beter volgend jaar kan. Dit jaar kan ze het er niet meer bij hebben. En o ja, hoe moeten ze dat in het rooster organiseren. Er mag immers geen les meer vierde collega die pas drie jaar op school is houdt nu zijn mond. Na af-loop van de vergadering zegt hij dat het een heel goed idee is maar dat hij nog minder van boren weet dan bij de casusHalverwege het verhaal is er opengelaten welke vragen er gesteld werden. 1. Bedenk vijf vragen die jij zou drie vakdidactische argumenten om aan veldwerk te Voor wie heb je heb je het meeste begrip, voor het oudste sectielid of voor 3. de sectieleidster?Stel je voor dat jij plotseling een vraag krijgt van de directie om een middag 4.
4 Met de 2e klas te vullen met een zinvolle veldwerkopdracht voor aard-rijkskunde, en wel over een maand. Welke stappen zouden jij en je andere jonge collega dan achtereenvolgens zetten om bovenstaand idee hiervoor te gebruiken? De omgeving in het aardrijkskundeonderwijsHet begrip omgevingsonderwijs is al vele jaren een bekend begrip in het voortgezet onderwijs en wordt vaak in verband gebracht met aardrijkskun-de. Dat de schoolomgeving een belangrijke rol kan spelen in het schoolvak aardrijkskunde lijkt duidelijk. Toch blijken er heel verschillende redenen te zijn om dit te doen. In deze paragraaf wordt aandacht besteed aan de ver-schillende manieren waarop het begrip omgeving in het aardrijkskundeon-derwijs een rol kan spelen en waar in dat verband rekening mee gehouden moet worden. Achtereenvolgens wordt het begrip omgeving belicht vanuit de didactiek, de geografie, de leerling, de onderwijsdoelen en het doen van onderzoek. Omdat in het hiernavolgende stuk de eigen omgeving centraal staat, volgt eerst een omschrijving van dat begrip.
5 De eigen omgeving is het gebied dat 235zich in de nabijheid van de school en woonplaats van de leerling bevindt. Het is het gebied waar de leerling woont, leert, speelt, winkelt, uitgaat, werkt en recre ert. In die eigen omgeving bevinden zich plaatsen en ver-schijnselen die slechts bij weinigen bekend zijn. Een synoniem voor de ei-gen omgeving kan het begrip leefomgeving zijn. Ook daarbij gaat het om het gebied waarin het dagelijkse leven van de leerlingen zich afspeelt. De begrippen leefomgeving en leefwereld moeten niet met elkaar verward wor-den. Immers, de leefwereld omvat alles wat bekend en vertrouwd is en daar horen ook dingen bij buiten de eigen leefomgeving. Door snelle ontwikke-lingen in de informatie- en communicatietechnologie en de globalisering, strekt de leefwereld zich vaak uit over een groot deel van de 1: Hoe bekend zijn zij in hun eigen omgeving ? De omgeving als concreet voorbeeldWanneer algemene geografische begrippen en processen die in de school-boeken staan zich ook voordoen in de omgeving van de school is het vanuit didactisch oogpunt een gemiste kans als daar geen gebruik van wordt ge-maakt.
6 Met gebruikmaking van de omgeving kan dan langs inductieve weg het begrip of proces duidelijk worden gemaakt. Van de docent vraagt dit een goede kennis van de omgeving en de flexibili-236teit om de beschreven leerstof uit het boek toe te passen op de omgeving . Hierbij moet altijd rekening gehouden worden met de vraag in hoeverre de voorbeelden in de schoolomgeving schoolvoorbeelden zijn, dat wil zeggen in hoeverre ze aan alle kenmerken voldoen die er aan het voorbeeld worden gesteld. Zie figuur en het ontstaan ervan is een bekend onderwerp bij aardrijks-kunde. Meestal wordt dit aan de hand van kaarten in het boek of de atlas en schetsen op het bord uitgelegd. Wanneer na een dergelijke uitleg in de klas een leerling buiten komt is de kans groot dat hij/zij bij de eerste de beste verhoging van 1 2 meter zal roepen dat dat een stuwwal is terwijl het in werkelijkheid een dekzandrug is die zich op de stuwwal bevindt. Veel geografisch relevante onderwerpen worden in schoolboeken en vaak ook in de klas voornamelijk als model behandeld.
7 Naast stuwwallen geldt dit bijvoorbeeld ook voor strandwallen, oeverwallen, beekdalen, essen en droogmakerijen. Dit gebruik van modellen komt ook voor bij sociaal-geo-grafische onderwerpen zoals agglomeratie, infrastructuur en stadswallen. Het gebruik van modellen werkt zeer verhelderend maar heeft als nadeel dat niet duidelijk is wat in werkelijkheid de schaal en het uiterlijk van het object is. En omdat de modellen meestal ook als een ideaal schoolvoor-beeld zijn weergegeven zal het object daar in werkelijkheid altijd op een of andere manier van 2: Schoolvoorbeelden en De omgeving als schaalniveauAardrijkskunde stelt zich ten doel om de leerlingen een eigentijds geogra-fisch wereldbeeld bij te brengen. Het gaat om een geografisch beeld op ver-schillende schaalniveaus. Voor een goed beeld van Nederland is kennis over Europa noodzakelijk. En voor een goed beeld van de eigen omgeving is ken-nis over Nederland nodig. Dit sluit impliciet aan bij verschillende geografi-sche werkwijzen: verschijnselen en gebieden in hun geografische context plaatsen en verschijnselen en gebieden op verschillende schaal beschrijven en verklaren.
8 Daarbij zijn onderscheid maken tussen deelgebieden en ver-banden leggen met een groter geheel belangrijke vaardigheden. In dit kader gaat het bij omgevingsonderwijs om de volgende vragen:- Welke geografische verschijnselen die kenmerkend zijn voor de schoolom-geving komen elders in Nederland ook veelvuldig voor?- Welke geografische verschijnselen in de schoolomgeving zijn uniek?De sectie aardrijkskunde van een school kan op deze wijze een geografi-sche canon van de schoolomgeving opstellen. Van de docent vraagt dit een goede kennis van de omgeving en van De omgeving als deel van de leefwereldDe omgeving waarin de leerling woont, recre ert en naar school gaat, vormt het decor waartegen veel belangrijke ervaringen van een leerling zich afspelen. Het voordeel hiervan is dat leerlingen hun omgeving goed kennen maar dit heeft ook een nadeel. De omgeving wordt door leerlingen vaak saai gevonden. In de leeftijdsfase dat de leerlingen op de basisschool zit-ten, is de eigen omgeving een goed vertrekpunt voor veel onderwerpen bij aardrijkskunde .
9 De wereld rond de school en rond je huis leren begrijpen is dan nog spannend. Vanaf een jaar of 9 (groep 6) begint de fase waarin het spannende veel meer gezocht wordt in alles wat vreemd en ver weg is. De eigen omgeving is dat dan bij uitstek niet (zie figuur 3).De onderwijskundige Egan* onderscheid vier verschillende denkwijzen die een kind achtereenvolgens doorloopt: mythisch denken 2-7 jaar, roman-tisch denken 8-15 jaar, filosofisch denken 15-18 jaar, ironisch denken vanaf 18. Kenmerkend voor het romantisch denken is: ge nteresseerd zijn in uitersten en records, interesse hebben in ontdekkingsreizigers en verzamelen, grote belangstelling hebben voor kennis. Kenmerkend voor het filosofisch denken is: het streven naar kennis van algemeen geldende waarheden, een voorkeur voor abstracte samenvattende begrippen omdat deze het mogelijk maken een algemene waarheid vast te stellen. Volgens Egan is het geringe succes van het onderwijs gebaseerd op het voorbijgaan het romantisch denken.
10 Omdat er een verschil is tussen ratio-neel denken en romantisch denken komt veel onderwijs niet aan en zorgt het voor vervreemding (vrij naar Wildschut, 2004).*De Canadees Kieran Egan is onderwijskundige en schreef onder andere het boek The Educated Mind .figuur 3: Vier verschillende denkwijzen volgens EganDat wil overigens niet zeggen dat de omgeving de leerlingen helemaal niet aanspreekt. De gekozen onderwerpen en de gekozen didactiek spelen hierbij een belangrijke rol. Historisch-geografische onderwerpen kunnen leerlingen zeer aanspreken. In sommige gevallen kan hierbij sprake zijn van cultureel uitgebreide research door de docent en met behulp van een uitgekiende didactiek kunnen leerlingen gebruikmakend van allerlei bronnen en eigen waarnemingen zelfstandig achterhalen dat die doodgewone omgeving er in de loop van de tijd telkens anders heeft uitgezien en dat je dat uit bepaalde objecten kunt aflezen. Er is als het ware sprake van een ontdekkingsreis door je eigen omgeving .