Example: confidence

Overgang van een algemeenheid van goederen bij …

Overgang van een algemeenheid van goederen bij vastgoed Door: Ren Maat 2011/ 2012. INHOUDSOPGAVE. Hoofdstuk 1 2. Inleiding 2. Algemeen ..2. Wettelijk en richtlijn Reikwijdte artikel 19 BTW-richtlijn aan de hand van de jurisprudentie van het Hof van Justitie ..3. Abbey National 4. Zita Modes 5. Schriever 6. Hoofdstuk 2 7. Levering projecten tussen projectontwikkelaars 7. Hof Leeuwarden 31 mei 2006 ..7. Deelconclusie ..7. Hoofdstuk 3 7. Overdrachten verhuurd vastgoed met tussenkomst vastgoedhandelaren 7. Jurisprudentie ..7. Deelconclusie ..9. Hoofdstuk 4 9. Levering verhuurd vastgoed tussen beleggers 9. Arrest 6 juni 2008, BNB 2008/221 ..9. Artikel 19 ook bij levering van n enkele verhuurde onroerende zaak?..10. Is toepasselijkheid unit/complextheorie nog relevant voor aanwezigheid algemeenheid van goederen .

5 met name om het recht op aftrek van voorbelasting ingeval van de overdracht van een algemeenheid van goederen. Het Hof beslist dat de voorbelasting die

Tags:

  Overgang, Algemeenheid, Goederen, Overgang van een algemeenheid van goederen bij, Van een algemeenheid van goederen

Information

Domain:

Source:

Link to this page:

Please notify us if you found a problem with this document:

Other abuse

Transcription of Overgang van een algemeenheid van goederen bij …

1 Overgang van een algemeenheid van goederen bij vastgoed Door: Ren Maat 2011/ 2012. INHOUDSOPGAVE. Hoofdstuk 1 2. Inleiding 2. Algemeen ..2. Wettelijk en richtlijn Reikwijdte artikel 19 BTW-richtlijn aan de hand van de jurisprudentie van het Hof van Justitie ..3. Abbey National 4. Zita Modes 5. Schriever 6. Hoofdstuk 2 7. Levering projecten tussen projectontwikkelaars 7. Hof Leeuwarden 31 mei 2006 ..7. Deelconclusie ..7. Hoofdstuk 3 7. Overdrachten verhuurd vastgoed met tussenkomst vastgoedhandelaren 7. Jurisprudentie ..7. Deelconclusie ..9. Hoofdstuk 4 9. Levering verhuurd vastgoed tussen beleggers 9. Arrest 6 juni 2008, BNB 2008/221 ..9. Artikel 19 ook bij levering van n enkele verhuurde onroerende zaak?..10. Is toepasselijkheid unit/complextheorie nog relevant voor aanwezigheid algemeenheid van goederen .

2 11. Deelconclusie ..12. Hoofdstuk 5 12. Levering in het kader van een sale/lease back transactie 12. Analyse jurisprudentie ..12. Deelconclusie ..12. Hoofdstuk 6 13. Levering verhuurd nieuw vervaardigd vastgoed door 13. een projectontwikkelaar 13. Inleiding ..13. Analyse visie fiscus op basis van jurisprudentie Hof van Justitie ..13. Reikwijdte artikel 37d Wet OB 1968 aan de hand van de Nederlandse jurisprudentie ..18. Deel conclusie ..22. Hoofdstuk 7 23. Totaalconclusie 23. Literatuurlijst 25. 1. Hoofdstuk 1. Inleiding Algemeen In de vastgoedpraktijk neemt artikel 19 van de BTW-richtlijn de laatste jaren een steeds prominentere plaats in. In deze scriptie wil ik nagaan hoe prominent die positie thans is. Ik zal daarbij diverse casusposities die voorkomen in de diverse fasen van de vastgoedcyclus analyseren op basis van de nationale rechtspraak en de jurisprudentie van het Europese Hof van Justitie.

3 Ik zal mij hierna zoveel mogelijk beperken tot de vraag of al dan niet sprake is van een Overgang van een algemeenheid van goederen . Kortom mijn onderzoek richt zich op de reikwijdte van artikel 19 van de BTW richtlijn binnen de vastgoedpraktijk. Deze zal ik beantwoorden middels de analyse van diverse casussen waaronder: 1. De levering van vastgoedprojecten tussen projectontwikkelaars;. 2. Overdrachten verhuurd vastgoed met tussenkomst vastgoedhandela(a)r(en);. 3. Levering verhuurd vastgoed tussen beleggers inclusief problematiek gehele of gedeeltelijke leegstand;. 4. Levering vastgoed in het kader van een sale/lease back transactie;. 5. Levering verhuurd nieuw vervaardigd vastgoed door een projectontwikkelaar. Ik zal meer technische punten die optreden als gevolg van een Overgang van een algemeenheid van goederen niet dan wel slechts beperkt behandelen.

4 Wettelijk en richtlijn kader Artikel 19 en artikel 29 van de BTW-richtlijn (hierna zal daar waar ik Artikel 19. BTW-richtlijn noem tevens artikel 29 BTW-richtlijn dienen te worden gelezen). biedt lidstaten de mogelijkheid om een Overgang van een algemeenheid van goederen niet als een levering of dienst aan te merken. Nederland heeft deze bepalingen ge mplementeerd in artikel 37d Wet op de omzetbelasting 1968. ( Wet OB ). De tekst van artikel 19 BTW-richtlijn (voorheen: artikel 5, lid 8, Zesde richtlijn). luidt als volgt. De lidstaten kunnen, in geval van Overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen onder bezwarende titel, om niet of in de vorm van een inbreng in een vennootschap, zich op het standpunt stellen dat geen levering van goederen heeft plaatsgevonden en dat degene op wie de goederen overgaan, in de plaats treedt van de overdrager.

5 De lidstaten kunnen de nodige maatregelen nemen om verstoringen van de mededinging te voorkomen ingeval degene op wie de goederen overgaan, niet volledig belastingplichtig is. Zij kunnen ook alle maatregelen vaststellen 2. die nodig zijn om belastingfraude en -ontwijking met gebruikmaking van dit artikel te voorkomen. Nederland heeft artikel 19 en 29 BTW-richtlijn op de volgende wijze in artikel 37d Wet OB 1968 opgenomen. Bij Overgang van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen , al dan niet tegen vergoeding of in de vorm van een inbreng in een vennootschap, wordt geacht dat geen leveringen of diensten plaatsvinden en treedt, tenzij bij ministeri le regeling anders is bepaald, degene op wie de goederen overgaan in de plaats van de overdrager.

6 In artikel 8 van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 is de volgende bepaling opgenomen. 1. In het geval, bedoeld in artikel 37d van de wet, wordt hij aan wie de overdracht is geschied, voor het berekenen van de door hem verschuldigde belasting wat de onderneming of het overgedragen gedeelte betreft, geacht in de plaats te zijn getreden van degene die de onderneming of een gedeelte daarvan heeft overgedragen. 2. Het eerste lid geldt niet voor de toepassing van artikel 4c, derde en vierde lid. De koper treedt dus in de plaats van de verkoper. Die in de plaatstreding levert in de praktijk nog de nodige onduidelijkheden op. Althans hoe moet worden omgegaan met bijvoorbeeld een koper die een ander boekjaar kent dan de verkoper. Is een dergelijke koper verplicht om vaak voor lengte van jaren op een ander tijdstip dan het einde van zijn eigen boekjaar de BTW over het met toepassing van artikel 19 BTW-richtlijn aangekochte vastgoed toe te passen?

7 Dat lijkt wel de consequentie van een in de plaats stelling . De vraag is of die consequentie ook aanvaard zou moeten worden indien het boekjaar van ingebruikname van de verkoper nog niet is ge indigd op het moment dat de levering van het bewuste vastgoed met artikel 19 BTW-richtlijn plaatsvindt. Reikwijdte artikel 19 BTW-richtlijn aan de hand van de jurisprudentie van het Hof van Justitie Het belangrijkste arrest van het Europese Hof inzake de al dan niet aanwezigheid van een algemeenheid van goederen is ongetwijfeld Zita Modes (Hof van Justitie 27 november 2003, C-497/01). Daarnaast zijn er met name in de sfeer van de aftrek van voorbelasting nog een aantal andere arresten gewezen, waarvan de belangrijkste Abbey National I (Hof van Justitie 22 februari 2001, zaak C-408/98), Faxworld en eigenlijk ook SKF (Hof van Justitie 29 oktober 2009, C-29/08) zijn.

8 Het zeer recente arrest Schriever (HvJ 10 november 2011, C444/10) gaat net als Zita Modes meer om de inhoudelijke vraag of er in een bepaalde casus sprake is van een algemeenheid van goederen . 3. Abbey National Voorafgaand aan Zita Modes is er in Abbey National I (Hof van Justitie 22. februari 2001, C-408/98) reeds het nodige opgemerkt over (de gevolgen van). de toepassing van artikel 5 lid 8 van de Zesde richtlijn (thans artikel 19 BTW. richtlijn). De casus was als volgt: Scottish Mutual Assurance Plc. (hierna: Scottish Mutual), een levensverzekeringsmaatschappij, is een volledige dochteronderneming van Abbey National, die haar voor de toepassing van de BTW vertegenwoordigt. Buiten haar activiteit op het vlak van verzekeringen verhuurt Scottish Mutual ook gebouwen voor beroeps- en handelsdoeleinden.

9 In het kader van deze laatste activiteit had zij voor de duur van 125 jaar het voor beroeps- en handelsdoeleinden bestemde onroerend goed Atholl House te Aberdeen, gehuurd, dat zij BTW belast onderverhuurde aan handelsondernemingen. In 1992 verkocht de maatschappij haar rechten aan een andere niet gelieerde vennootschap. De overdracht werd in het Verenigd Koninkrijk beschouwd als een overdracht van een onderneming welke niet onderworpen is aan BTW- heffing op grond van artikel 5 lid 8 van de Zesde Richtlijn. De Engelse fiscus stelde dat de BTW op de kosten daartoe gemaakt slechts gedeeltelijk in aftrek konden worden gebracht. Abbey National meende daarentegen recht te hebben op een volledig aftrekrecht. Op prejudici le vragen oordeelde het Hof van Justitie dat wanneer een lidstaat gebruik heeft gemaakt van de in artikel 5.

10 Lid 8 van de Zesde Richtlijn geboden mogelijkheid, zodat de overdracht van het geheel of een gedeelte van een algemeenheid van goederen wordt geacht geen levering van goederen te vormen, de uitgaven van de overdrager voor de ten behoeve van deze overdracht gebruikte diensten deel uitmaken van de algemene kosten van deze belastingplichtige en dus in beginsel rechtstreeks en onmiddellijk verband houden met de gehele economische activiteit van de belastingplichtige. Bijgevolg kan de overdrager, indien hij zowel handelingen verricht waarvoor recht op aftrek bestaat als handelingen waarvoor geen recht op aftrek bestaat, ingevolge artikel 17 lid 5, van de zesde richtlijn enkel het gedeelte van de BTW aftrekken dat evenredig is aan het bedrag van eerstbedoelde handelingen.


Related search queries