Transcription of TEST
1 Naam cursistnaam tot en met module 9je kje kje kje kje kan me wan me wan me wan me wan me waaaaatttttwoordenschatwoordenschatwoord enschatwoordenschatwoordenschattestje kan me & EN KIES HET GOEDE PLAATJESCHRIJF DE GOEDE LETTER IN HET RONDJE abcdblad1je kan me kan me kan me EEN PASSEND WOORD BIJ HET PLAATJEHet meisje zet een_____ jongen tekent man leesteen kinderen_____ .Het kindje zit_____ het bedDit is de _____van het kindje is_____Het kind is een kind legt de lepel_____ het sneeuwpop heeftgeen kind _____.
2 Blad4je kan me EN KIES DE GOEDE ZIN BIJ HET PLAATJEROC van Amsterdam - educatie - ROC van Amsterdam12345a]De man gaat zich ]De man scheert ]De man heeft zich ]Ze doet haar sjaal ]Ze doet haar sjaal ]Ze doet haar skaal ]De moeder wijst naar de buik van haar ]De moeder wijst naar de buik van zijn ]De moeder wijst naar de buik van uw ]Ze maakt het potje ]Ze maakt het doosje ]Ze maakt het flesje ]Ze maakt de tafel ]Ze maakt de grond ]Ze maakt het kastje kan me - educatie - ROCvAa]Hij heeft zijn sleutels ]Hij zoekt zijn ]Ze heeft zijn sleutels ]Ze voelt de pols en kijkt op haar ]Ze kijkt de pols en voelt op haar ]Ze voelt haar pols en het ]Dit is een flesje met ]Dit is een pot met ]Dit is een pot met ]Ze kijkt in ]Ze kijkt naast ]Ze kijkt onder ]Het kindje zet de kopjes naast ]Het kindje zet de kopjes onder ]Het kindje zet de kopjes op kan me HET JUISTE VOORZETSEL INWAAR ZIT DE KAT?
3 De kat zit _____ de la van het kat zit _____ het kat zit _____ het kat zit _____ het kat zit _____ het kat zit _____ het kan me : IS DE ZIN goed of fout?1De man en de vrouw praten niet met elkaar. Ze zijn / Fout2De vrouw vindt kinderen lief. Ze houdt niet van / Fout3De twee mannen maakt gaan een / Fout4De twee vrouwen komt van de markt / Fout5 Het meisje trekt haar jas aan, want het is buiuten / Fout6De vrouw vindt kinderen lief. Ze houdt niet van / Fout7De dokter stopt de thermometer in de pols van het / Fout8De dokter onderzoekt het kindje.
4 Ze voelt de pols van het / Fout9De moeder gaat met een apotheek naar het / Fout10 Het kindje niet huilt / FoutvoorbeeldZij voelt je pols en kijkt op haar vraagt: Wilt u nog een kopje koffie? ..2 Hij brengt zijn kindje naar de vraagt: Begrijpen jullie de les? ..4 Zij haalt haar kindje om 3 uur van [of hij] kruipt onder de bestuurt de vraagt: Een half bruin. Anders nog iets? ..8 Hij snijdt een kilo vlees voor jou EEN PERSOON INde dokterblad8je kan me WAT HET WORDTZOEK DE TEGENSTELLINGZOEK DE [beste] KOMBINATIE1's nachts[.]
5 ]rechts2rustig[..]huilen3links[..]overda g4aankleden[..]omlaag5omhoog[..]uittrekk en6boven[..]het blijft7het avondeten[..]de buik8binnen[..]het ontbijt9de rug[..]buiten10het is over[..]beneden11dichtbij[..]beginnen12l euk[..]ver13klaar zijn[..]repareren14kapot maken[..]een uurtje15de hele avond[..]vervelend16met elkaar[..]nooit17ruzie maken[..]licht18altijd[..]aardig vinden19open maken[..]alleen20donker[..]dicht doen21pakken[..]loslaten22uittrekken[..] altijd23vasthouden[..]terug leggen24nooit meer[..] blij25boos[..]aandoen26naar binnen[.
6 ]vies maken27schoonmaken[..]rustig slapen28zoeken[..]naar buiten29hard huilen[..]Fout!30 Heel goed![..]vinden1de kleren[..]slikken2in de mond[..]uitdoen3de zalf[..]voelen4de pil[..]kijken5de pols[..]smeren6het onderzoek[..]12 uur 's middags7het recept[..]door de dokter8de lunch[..]naar de apotheek9zoeken[..]per dag10drie keer[..]in het rond kijken11de tak[..]opzetten12een sneeuwbal[..]breken13een sjaal[..]schoonmaken14een muts[..]maken15het schoolbord[..]omdoen16de pillen[..]de drogist17de vogels[..]de school18het avondeten[.
7 ]de apotheek19de shampoo[..]thuis20de les[..]het parkblad9je kan me HET GOED GESCHREVEN WOORD1lijlekleluklelijkleleukabcd2de kortsde koretsde koortsde koertsabcd3de beukde buikde buukde boukabcd4neiuwnieuwniweuwneyiuwabcd5het zeikenhuis het ziekeheus het ziekenhuis het zeukenhuisabcd6de krantde kraantde kerantde karentabcd7lekkurlekerlekkurlekkerabcd8l angzaam langsaamlanzaamlansaamabcd9elkarelkaarel ekar elkareabcd10kopot maken kopat maken kappot maken kapot makenabcd11de sneew de sneeuw de sneeuw de sneeiwabcd12kewaadkwaatkwatkwaadabcd13so ndersoonderzonderzondirabcd14gooitgoitgo ietgoeitabcd15de tavelde taffelde taavelde tafelabcdblad10je kan me ga je naar toe als je een film wilt zien?
8 Waar ga je naar toe als je haar geknipt moet worden?..Waar ga je naar toe als je boodschappen gaat doen?..Waar ga je naar toe als je lekker wilt eten?..Waar ga je naar toe als je wil leren rekenen of een taal spreken?..Waar ga je naar toe als je ziek bent?..LEES DE VRAAG en SCHRIJF EEN KORT ANTWOORD OPblad11je kan me DE WOORDEN OP DE GOEDE PLAATS de rug - de bips - de mond - de neus het haar - de buik - het oog - het oor de navel - het been - de armde voet - de knie - de borstROC van Amsterdam educatie ROC van Amsterdamblad12je kan me NAAR HET PLAATJE & VUL EEN WOORD INHet kindje zit _____ de vrouw zet het _____ op de kind legt de lepel _____ het kan me p e n S c h o o l A m s t e r d a m Z u i d - O
9 O s t3De jongen _____ .465 Het kind tekent een man eet een man _____ een kan me man vraagt: Mag ik een _____ water? Dit is een _____ .9108 Dit is de buik _____ het man zit. De vrouw _____ van Amsterdam - educatie - ROC van Amsterdamblad15je kan me DE VRAGEN VAN HET FORMULIER INAchternaam _____ Voorletters _____Adres _____Postcode + Woonplaats _____Telefoon _____Beroep _____Geboortedatum _____Nationaliteit _____Burgerlijke Staatgehuwd / gescheiden / samenwonend / alleenstaandIn Nederland sinds _____Op les sinds _____blad16je kan me toets is samengesteld uit pagina s van de modules 7 tm doel is om taal materiaal te verkrijgen voor een [mentor]
10 Gesprek met de is een positief gesprek: Kijk eens wat je allemaal al kan! De toets kan twee keer gegeven worden:De eerste keer:individueel dan wel in kleine groepjes met steun van de : feedback geven: kijk nog een goed naar de modules, tweede keer:individueel [na twee weken], zonder steun van de : taalmateriaal voor een serieus mentor onderdeel1[blad 1 tm 3]: luisteren zinsnivoDocent leest zinnen voor. De cursist omcirkelt het juiste plaatje[zie de modules]2[blad 4]: productieve woordkennis op spelling is nog niet van belang3[blad 5 en 6]: lezen zinsnivo4[blad 7]: voorzetsel op woordnivo - productief5[blad 8]: woordcombinaties inhoudelijk beoordelen op zinsnivo - receptief6[blad 8]: invullen inhoudelijk woord in context op zinsnivo - productief7[blad 9]: receptieve woordenschat combinaties op woordnivo8[blad 10]: woordbeeld9[blad 11]: woordenschat situaties productief10[blad 12].