Transcription of Foto: Toom Thüringer Baardkrielen, Roberto Gatti.
1 Foto: Toom Th ringer Baardkrielen, Roberto Gatti. Eindredactie Sytze de Bruine. De foto s zijn aangeleverd door de respectievelijke fokkers. Baardhoenders hebben op veel mensen een speciale aantrekkingskracht. Zo ook de Th ringer Baardhoenders en krielen. In hun ontstaansgebied hadden baardhoenders vroeger al een koosnaam, namelijk Paus-b ckchen. Volgens Houwink, in zijn boek Hoenderrassen in hunne vormen en kleuren (1909) betekende dat kleine baard , maar in het Duits worden hiermee ook vaak dikke, ronde (kinder)wangen bedoeld. In sommige geschriften is Pausb ckchen gewoon een andere naam voor de Th ringer Baardhoenders; in andere documenten lezen we dat de Th ringer is ontst n uit de Pausb ckchen, zijnde: ..geliefde land-hoenders, bestand tegen wind en kou, met een ongedeelde Backenbart die de wangetjes vormt aan de zijkant, om de oren en kinlellen te bedekken.
2 Ook valt soms de naam Otterk pfchen (Otterkopjes), ook al zo n aardige naam, zijnde ..een oud landhoen met baard en rozekam, dat al lang is uitgestorven . Via Lutz Braumann, voorzitter van de Duitse Speciaalclub voor de Th ringer Baardhoenders, kregen we de beschik-king over een stukje geschiedenis van het ras. Historie Al in 1793 vermeldde bosbouwcommissaris Johann Mattheus Bechstein in zijn Gemeinn tzigen Naturgeschichte Deutschlands het bestaan van verschillende soorten kuifloze gebaarde hoenders in prachtige kleuren in en rond Ruhla in het Th ringer Woud. Men neemt aan dat deze gebaarde hoenders al eeuwenlang werden gehouden op de boerenbedrijven in het Th ringer Woud. Over de exacte oorsprong van deze zelfredzame, tamme en zeer resistente landhoenders is echter nog geen concrete informatie. Meest voor de hand liggend is om aan te nemen dat veel gezinnen die in 1621, tijdens de 30-jarige oorlog uit hun thuisland Bohemen en Moravi werden verdreven, zich grotendeels in het Th ringer Woud vestigden, rond Ruhla en Steinbach.
3 Aangezien dit veelal boeren waren, ligt het voor de hand dat ze hun vee meebrachten waaronder ook hun kippen, Boheemse landhoenders, die een baard en soms een kuif hadden. Paringen met de toenmalige Th ringer landhoenders, bekend als de Th ringer Otterk pfchen zouden dan de basis kunnen vormen van de Th ringer Baardhoenders die tot 1934 ook bekend waren als de Th ringer Pausb ckchen . Uit Gefl gel-Album, H hner, Jean Bungartz, 1885. Een eveneens niet geheel ondenkbare mogelijkheid is dat er via handelswegen gebaarde goud- en zilvergetoepte Pavlov hoenders uit Zuid-Rusland terecht-kwamen in Ruhla, waar voor de productie van meerschuimen pijpen grote hoeveelheden grondstoffen gehaald werden uit Klein-Azi en de Krim. Samen met de reeds genoemde en nu uitgestorven Th ringer Otterkopjes en de Paduaners (Baardkuifhoenders) - die destijds ook sterk vertegenwoordigd waren in het Th ringer Woud - zou de Pavlov ook een van de voorouders van de Th ringer Baardhoenders kunnen zijn.
4 Maar welk hoen er uiteindelijk ook gebruikt is bij de creatie van het Th ringer Baardhoen, zeker is dat gebaarde kippen al raszuiver in Ruhla gefokt werden in het begin van de 19e eeuw. Rond 1880 zouden er in Ruhla al 20 raszuivere stammen van de Th ringer Pausb ckchen hebben bestaan. In het tijdschrift Gefl gelhof verscheen in 1882 voor het eerst een foto van een toom zilverkleurige Thuringer Baardhoenders (Pausb ckchen) en ze werden toen ook op de eerste tentoonstellingen geshowd. In 1883 bezocht Carl R der, voorzitter van de Vereniging van Th ringer pluimvee fokkers, opgericht in 1880 in Ruhla, de eerste tentoonstelling van de vereniging die eind mei plaatsvond. Hij sprak daar met vier fokkers van Th ringer Baardhoenders uit Ruhla en overtuigde hen, blijkbaar met succes, om af te zien van de voorgestelde naam Ruhlaer baardhoen en de naam Th ringer baardhoen te kiezen.
5 In een handgeschreven Standaard opgesteld in Ruhla in 1898 en ondertekend met 11 handtekeningen, wordt het Th ringer Baardhoen (ongeacht de verschillende namen en spelling!) opgenomen in 11 kleurslagen: zwart, wit, buff, blauw, koekoek, goud zwartgetoept, zilver zwartgetoept, geel witgetoept, patrijs, zilverhalzig en moorkop. Ansichtkaart uit 1901. Archief Aviculture Europe. Onder haar toenmalige voorzitter Kantor Wilhelm maakte de Ruhlaer Pluimveevereniging de Th ringer Baardhoenders vervolgens ook in andere streken populair, zodat er aan het eind van de 19e eeuw ook in het westelijke deel van het Th ringer Woud al veel Th ringer Baardhoenders te vinden waren. Rond deze tijd raakten ook de Engelse kippenfokkers bekend met dit hoenderras, omdat in 1903 op een show in Frankfurt am Main 140 hoenders van diverse Duitse rassen waren tentoongesteld, waaronder 35 Th ringer Baardhoenders (Pausb ckchen).
6 Deze nogal indrukwekkende (voor die tijd) inzending maakte dat de Engelsman Edward Brown ze beschreef in zijn boek Races of Domestic Poultry (1906) als de Lievelingen van de Duitse hoenderfokkers . Op 8 maart 1907 kwamen er een aantal fokkers van de baardhoenders bijeen en richtten de Speciaalclub voor de fokkers van Th ringer Baardhoenders op. In 1911 verschenen de eerste zwarte Th ringer Baardkrielen op een tentoon-stelling, maar die werden niet geclassificeerd omdat ze te groot waren. Pas op de Berlijn-Lichterfelde Dwerghoendershow in november 1919 werden er 8 inge-zonden Th ringer Baardkrielen positief beoordeeld. Th ringer Baardhoenders in Nederland In ons land was de belangstelling altijd klein, al heeft er aan het eind van de vorige eeuw toch een aantal jaren een speciaalclub voor dit ras bestaan, waarvan Willy van der Schans uit Schayk de animator was.
7 Desgevraagd liet Willy weten dat er in de jaren 70 een Th ringer Baardhoen Club was opgericht maar door te weinig leden is dit toen niet doorgezet en werd de club weer opgeheven. Nieuwe fokkers in Nederland en Belgi Een van de fokkers die onlangs begonnen is met de fok van Th ringer Baard-krielen is Roberto Gatti uit Lommel, Belgi . Roberto heeft al diverse rassen tot in de perfectie weten te fokken en is ook keurmeester. Hij vertelde mij: I n het voorjaar van 2015 studeerde ik weer voor uitbreiding van mijn keur-bevoegheid. Ook de Th ringer Baardkriel was toegevoegd aan de lijst met de rassen die mijn speciale aandacht op-eisten. Het ras bleek totaal niet meer voor te komen in Nederland en Belgi , wat ik zeer vreemd vond. Te meer omdat in het aanwezige studiemateriaal het ras beschreven is als prima legras en rustig van aard. Daar ik reeds in het bezit was van een groot aantal gebaarde Belgische rassen, kon een Duits gebaard ras als aanvulling voor mij de pret alleen maar vergroten.
8 De keuze werd gemaakt op de kleurslag geel witgetoept. Rechts: Roberto Gatti met zijn haantje dat Europees Kampioen werd in Metz. Er zijn vele wegen die naar Rome leiden, maar slechts een klein aantal naar de juiste fokkers van Th ringer Baard-krielen. Na wat internet speurwerk en diverse mailtjes naar de voorzitter van de Duitse speciaalclub van Th ringer Baardkrielen kreeg ik toch een telefoon-nummer van een fokker van dit ras, woonachtig in voormalig Oost Duitsland. Boven: Roberto s eerste Th ringer Baardkrielen uit de Duitse broedeieren. Internet en e-mail waren voor deze fokker echter een zeer onbekend medium gezien zijn leeftijd die ver over de 80 jaar was. De telefoon bood dus de gewenste uitkomst en na een wat moeizame start nam het gesprek een zeer prettige vorm aan. Deze man vertelde mij dat hij dit ras meer dan 40 jaar trouw was gebleven en dat vele titels hem ter ere waren gekomen.
9 Na een 40 tal minuten was er een telefonische overeenkomst geboren, waarbij 50 broedeieren goed verpakt naar Lommel gestuurd zouden worden. Wat mij in eerste instantie verbaasde was het gegeven dat ik de man op een donderdag belde en hij de maandag daaropvolgend de eieren al zou versturen. Uit navraag bleek echter dat hij met 15 hanen en 40 hennen fokte! De eieren kwamen keurig op donderdag bij me aan en op zaterdag lagen ze al in de broedmachine. De beste fok-ker had 60 eieren opgestuurd in plaats van de afgesproken 50 , daar hij bang was dat er toch wat eieren zouden sneu-velen tijdens het transport. Na 21 dagen bleek dat er 51 prachtige kuikens het levens-licht mochten aanschouwen, wat als een perfect resultaat gezien mocht worden. De kuikens waren verdeeld in 8 goud zwartgetoepten en 43 geel witgetoepten.
10 Na veel selectiewerk zijn er bij mij uiteindelijk 4 hanen en een tiental geel witgetoepte Th -ringer Baardkriel hennen over-gebleven. De dieren zagen er zo goed uit dat er besloten werd om een 6 tal op de Europashow in Metz in te schrijven. Dit vooral om te wedijveren met de Duitse collega-fokkers in dit ras. Uiteindelijk bleek dit een uitstekende zet, daar n van mijn hanen de Europese titel in de wacht wist te slepen, midden uit de Duitse over-macht aan dieren en zelfs een Duitse keurmeester. Links: Een geel witgetoepte krielhaan en hen bij Roberto . In Nederland begon Ide Meijering uit Koedijk met dit ras. Toeval of niet; Ide is k keurmeester. Zijn verhaal: Op zondag 22 maart 2015 ben ik naar Conno Vlaardingerbroek gereden. Hij had op mijn verzoek contact gelegd in Duitsland met keurmeester Helmut Guder die bij Enschede net over de grens woont en fokkers van Th ringer Baard-hoenders kende.