Example: bankruptcy

6.01 Werken in besloten ruimten - abomafoon.nl

Blad 1 van 7 Abomafoon Werken in besloten ruimten ruimten zoals tanks, ketels, riolen, kruipruimten en leidingkelders zijn over het algemeen niet gemakkelijk toegankelijk. Toch moeten ze vaak worden betreden, onder andere voor inspectie, schoonmaken, onder-houd en reparatie. In deze Abomafoon beperken wij ons tot de normen en regels die betrekking hebben op in de bouw gangbare situaties, met andere woorden: het Werken in kruipruimten, leidingkelders, enz. Ook leidingsleuven kunnen onder de definitie van besloten ruimten vallen. Bestaande rioolstelsels moeten eveneens als een besloten ruimte worden aangemerkt. Het Werken hierin is beschreven in Abomafoon De gevaren bij het Werken in besloten ruimten zijn verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand- en explosie-gevaar, elektrocutie en verwonding door uitstekende delen en beperkte bewegingsruimte.

Blad 2 van 7 Abomafoon 6.01 Alle betrokkenen moeten vooraf worden geïnformeerd over (en getraind in) alle problemen die samen-hangen met het betreden van en werken in een besloten ruimte, zoals:

Tags:

  Runtime

Information

Domain:

Source:

Link to this page:

Please notify us if you found a problem with this document:

Other abuse

Advertisement

Transcription of 6.01 Werken in besloten ruimten - abomafoon.nl

1 Blad 1 van 7 Abomafoon Werken in besloten ruimten ruimten zoals tanks, ketels, riolen, kruipruimten en leidingkelders zijn over het algemeen niet gemakkelijk toegankelijk. Toch moeten ze vaak worden betreden, onder andere voor inspectie, schoonmaken, onder-houd en reparatie. In deze Abomafoon beperken wij ons tot de normen en regels die betrekking hebben op in de bouw gangbare situaties, met andere woorden: het Werken in kruipruimten, leidingkelders, enz. Ook leidingsleuven kunnen onder de definitie van besloten ruimten vallen. Bestaande rioolstelsels moeten eveneens als een besloten ruimte worden aangemerkt. Het Werken hierin is beschreven in Abomafoon De gevaren bij het Werken in besloten ruimten zijn verstikking, bedwelming, vergiftiging, brand- en explosie-gevaar, elektrocutie en verwonding door uitstekende delen en beperkte bewegingsruimte.

2 Normen en regels De belangrijkste verplichtingen op dit gebied zijn opgenomen in hoofdstuk 3 en 4 van het Arbobesluit. Het gaat dan onder meer om bepalingen over het waarborgen van een veilig gebruik van elektriciteit (art. ) en het Werken in explosieve en/of voor de gezondheid schadelijke atmosferen (art. g en hfdst. 4). Ook is een V&G-plan verplicht voor het Werken in besloten ruimten (art. ). Sommige opdrachtgevers eisen een veiligwerkvergunning of werkopdracht. Praktische invulling Het verdient de voorkeur om werkzaam-heden in kruipruimten of kelders zoveel mogelijk te beperken en als het mogelijk is taken als lassen, snijden of solderen in de werkplaats uit te voeren. Waar mogelijk dient gebruik te worden gemaakt van knel-koppelingen of fittingen. Voor aanvang van het werk moeten de volgende punten worden doorgenomen. Ze kunnen worden vastgelegd in het V&G-plan of een veiligwerkvergunning: - de te volgen werkwijze; - de gereedschappen en het materieel; - het aantal uitvoerenden; - planning van de werkzaamheden; - noodzakelijke vergunningen; - overzicht van mogelijke gevaren; - de maatregelen, die de opdrachtgever dient te nemen; - afspraken over zuurstof-/gasmetingen; - eventuele bijzonderheden; - afspraken over taken en verantwoorde-lijkheden.

3 Schadelijke atmosfeer Als het vermoeden bestaat dat er schadelijke gassen of dampen aanwezig zijn, dient eerst onderzocht te worden of er gevaar bestaat bij betreding van de ruimte. Als in een kruipruimte moet worden gewerkt, is goed ventileren noodzakelijk, omdat: - gas uit de ondergrond kan vrijkomen, vooral in moerassige gebieden; - verstikkende mengsels kunnen ontstaan bij het gebruik van vriesapparatuur met freon of koolzuur; - door lekkende rioleringen, gasleidingen, branders of snij-apparaten een brandbaar, explosief of verstik-kend gasmengsel kan ontstaan; - bij laswerkzaamheden ozon, nitreuze dampen, koolmonoxide en metaaloxyden kunnen vrijkomen; - bij het solderen of lassen van verzinkte pijpen gasvormig zinkoxyde vrijkomt. Blad 2 van 7 Abomafoon Alle betrokkenen moeten vooraf worden ge nformeerd over (en getraind in) alle problemen die samen-hangen met het betreden van en Werken in een besloten ruimte, zoals: - de te verwachten stoffen; - de communicatieprocedures; - de reddingsprocedures (inclusief EHBO), tevens vastgelegd in het BHV-plan/calamiteitenplan; - de persoonlijke beschermingsmiddelen; - het gebruik van persluchttoestellen of verseluchtkappen.

4 Werkzaamheden met open vuur Bij het Werken met open vuur moet altijd vooraf worden gemeten hoeveel gas en zuurstof (explosiemeting) in de kruipruimte aanwezig is. Bij deze metingen moet zorgvuldig worden gelet op al het volgende: - de geschiktheid van de apparatuur; - de deskundigheid van de gebruiker en de beoordelaar; - het meten op de juiste plaats (vaak onderin); - het gebruik van hulpmiddelen om het betreden van de besloten ruimte te vermijden; - alle ventilatie-openingen wijd open zetten (zo nodig, in zeer kleine ruimten dus altijd met een ventilator verse lucht uit de buitenlucht toevoeren). Indien er geen zekerheid is dat de besloten ruimte blijvend veilig is, moet er tijdens de werkzaamheden voortdurend worden gemeten. Is dat om een andere reden niet mogelijk, dan moet er gebruik worden gemaakt van onafhankelijke ademhalingsbeschermings-middelen (persluchttoestellen of verseluchtkappen).

5 Filtermaskers mogen niet in besloten ruimten worden gebruikt; - gasflessen buiten de ruimte houden; - slangen en branders op lekkage controleren alvorens hiermee een ruimte in te gaan; - leidingen waaraan gewerkt wordt en gasleidingen drukloos maken en zonodig gasvrij doorspoelen met inert gas; - altijd minstens met z n twee n Werken (altijd n buiten de kruipruimte); - brandblusmateriaal gereed houden; - waterdichte en explosieveilige lampen gebruiken. Het Werken met open vuur in ruimten met polystyreenschuim heeft de volgende gevaren: - het is zeer brandbaar; - het kan gemakkelijk worden ontstoken; - het heeft een grote vlamoverdracht. De verbranding grijpt zo snel om zich heen dat er in een kruip-ruimte geen gelegenheid meer is een brandje te doven of te vluchten. Bovendien vindt er een sterke rookontwikkeling plaats; - het heeft de neiging te smelten en te gaan druipen.

6 Het gebruik van polystyreenschuim in kruipruimten met een vrije hoogte van minder dan 60 cm wordt afgeraden. Als er toch schuim aanwezig is, mag in deze kruipruimte niet worden gelast, gesoldeerd of met open vuur worden gewerkt. In met polystyreen ge soleerde kruipruimten die hoger zijn dan 60 cm, mag in beperkte mate worden gelast, gesoldeerd of gewerkt met open vuur, mits: - isolatie zoveel mogelijk wordt verwijderd; - kwetsbare delen worden afgedekt met onbrandbaar materiaal; - de vluchtweg niet te lang of te gecompliceerd is; - goed blusmateriaal voorhanden is (geen koolzuur of halonblussers). Elektra In besloten ruimten met in hoofdzaak geleidende wanden, plafonds en/of vloeren waarmee men in contact is, moet gebruik worden gemaakt van veilige spanning (wisselspanning door middel van een veiligheids-transformator van maximaal 50 Volt of gelijkspanning van maximaal 120 Volt) of gereedschap met een interne voedingsbron.

7 Een alternatief is Werken met een scheidingstrafo, die de elektrische circuits van elkaar scheidt. Hierop kan 220 Volt handgereedschap worden aangesloten (maximaal n aansluiting). Verlichting in besloten ruimten mag alleen in veilige spanning zijn uitgevoerd (50 Volt wisselspanning of 120 Volt gelijkspanning). Voor elektrisch lassen moet gelijkstroom uit een lasgelijkrichter of wisselstroom uit een lastransformator met een spanningsverlagend relais worden gebruikt. Voedingsbronnen moeten buiten de besloten ruimte worden opgesteld. Blad 3 van 7 Abomafoon Afmetingen kruipruimte en toegang/kruipluik De toegang moet voldoende ruimte bieden voor de medewerker, de gereedschappen en de benodigde materialen. Een toegang te dicht op de wand maakt het lastig om de handen te plaatsen en vandaar zichzelf op te duwen.

8 Een tweede opening voor het binnenbrengen van hulpmateriaal en als vlucht-mogelijkheid verdient aanbeveling, ook al om beter te kunnen ventileren. Als er in besloten ruimten minder dan de normaal gebruikelijke werkruimte is, bijvoorbeeld in kruipruimten, dan moet het werk regelmatig worden onderbroken door in een ruimte te blijven die qua afmetingen wel ruim genoeg is. De Installatie- en Isolatiebranche hanteert de volgende uitgangspunten in hun Arbocatalogus Kruipruimten op basis van het adviesrapport Verantwoord Werken in kruipruimten van TNO Kwaliteit van Leven: - De gewenste minimale afmetingen van een kruipgat bedragen 62 x 100 cm. - De gewenste minimale hoogte van een kruipruimte is 80 cm, waarbij onder balken en andere obstakels een vrije doorgang van 60 cm mogelijk is. - De gewenste maximale afstanden tot een kruipgat vanuit de kruipruimte zijn: 7,5 m bij een hoogte kleiner dan 80 cm; 18 m bij een hoogte van 80 cm en meer.

9 - Bij het Werken in bestaande kruipruimten lager dan 60 cm geldt een maximale aaneengesloten werk-duur van 1 uur. Daarna wordt het verblijf in de kruipruimte voor minimaal 15 minuten onderbroken. - Bij het Werken in kruipruimten hoger dan 60 cm geldt een maximale werkduur van 1,5 uur. Daarna wordt het verblijf in de kruipruimte voor minimaal 15 minuten onderbroken. Aboma adviseert om 18 m als maximale afstand tot een kruipgat te hanteren bij een kruiphoogte van 1 m of meer. In ieder geval moet het altijd mogelijk zijn een kruipruimte binnen 8 minuten te verlaten. Persoonlijke beschermingsmiddelen Van geval tot geval moet worden vastgesteld welke persoonlijke beschermingsmiddelen nodig zijn: - ademhalingsbeschermingsmiddelen; - beschermende kleding; - handschoenen; - veiligheidslaarzen of -schoenen; - oogbeschermingsmiddelen; - veiligheidshelm; - tankreddingsgordel, reddingslijn en eventueel een takel.

10 Alle middelen moeten goed worden beheerd, met andere woorden: schoongemaakt, gecontroleerd, even-tueel gerepareerd en op goede wijze opgeborgen. Er moeten afzettingen worden geplaatst om personen die geen taak bij de besloten ruimte hebben te we-ren. Toegangswegen moeten vrij worden gehouden van opslag in verband met eventuele noodgevallen. Verwijzing - Arbobesluit art. , , g, , , en hfdst. 4. - Arbocatalogi Bouwnijverheid. Risico besloten ruimten . - Arbocatalogus Kruipruimten in installatie- en isolatiebranches. - Arbo-informatieblad 5 Veilig Werken in besloten ruimten . SDU, Den Haag. - NEN 1010 Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties. - NEN 3140 Bedrijfsvoering van elektrische installaties - Laagspanning. - Abomafoons: Grondwerk, putten en sleuven. Bouwelektra. Bouwverlichting. Werken in bestaande rioolstelsels. Datum: Oktober 2015 Wijzigingen ten opzichte van vorige uitgave - Tekst geactualiseerd.


Related search queries