Transcription of NVGP-B Screen 808 - vdito.be
1 1 ADVIES VAN DE WETENSCHAPPELIJKE EPERTENGROEP ONDERVOEDING VAN HET NATIONAAL VOEDING- EN GEZONDHEIDSPLAN VOOR BELGIE1 screening OP ONDERVOEDING EN EVALUATIE VAN DE VOEDINGSTOESTAND (NUTRITIONAL ASSESSMENT) Inleiding Tal van studies hebben aangetoond dat ondervoeding een onafhankelijke risicofactor is, verantwoordelijk voor een verhoogd risico op complicaties, een verhoogde morbiditeit en mortaliteit, een verlenging van de gemiddelde hospitalisatieduur en een toename van de algemene kosten van de gezondheidszorg. De prevalentie van ondervoeding in ziekenhuizen, rusthuizen, rust- en verzorgingstehuizen en de eerstelijnsgezondheidszorg (thuiszorg) varieert en hangt onder meer af van de gebruikte methode en van de onderzochte populatie.
2 De gegevens vari ren meestal tussen 4 en 10 % bij ambulante pati nten, tussen 20 en 62 % in het ziekenhuis en tussen 50 en 90 % in rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen. Volgens de in meer dan 80 % van de Belgische geriatrische afdelingen in mei 2007 uitgevoerde prevalentiestudie waren 35 % van de personen van meer dan 75 jaar ondervoed en 40 % liepen het risico om ondervoed te worden2-3. Omdat al herhaaldelijk werd aangetoond dat de prognose verbetert wanneer ondervoede pati nten een aangepaste nutritionele ondersteuning krijgen is het vroegtijdig opsporen van ondervoede pati nten meer dan de moeite waard.
3 Maar voorkomen is beter dan genezen. Met andere woorden, ook pati nten met een verhoogd risico op ondervoeding dienen vroegtijdig te worden opgespoord. Het screenen of opsporen is de eerste stap van een proces dat uit twee delen bestaat. Op een heel snelle en eenvoudige manier worden pati nten bij opname ge valueerd. Bij pati nten die bij deze screening positief scoren zal de voedingstoestand verder gedetailleerd in kaart moeten worden gebracht. Dit diagnostisch proces noemt men evaluatie van de voedingstoestand of nutritional assessment. Het vormt de basis voor de voedingsstrategie die voor elke pati nt zal worden uitgewerkt.
4 Het screenen op ondervoeding moet systematisch gebeuren, vanaf de opname van de pati nt, door een arts of een verpleegkundige. Als de screening positief is, moet een evaluatie van de voedingstoestand worden uitgevoerd. Dit vraagt meer tijd en moet bovendien worden uitgevoerd door een arts, di tiste of verpleegkundige met de nodige ervaring op dit vlak. Men kan eveneens het risico op ondervoeding evalueren. Wanneer ondervoeding wordt bevestigd door een nutritional assessment, moet een interventiestrategie worden voorgesteld door een di tist, een verpleegkundige of een arts, met opvolging van de voedselinname door verpleegkundigen en/of zorgkundigen.
5 Deze opvolging voorziet ook in herhalingen van screening en/of assessment. Dit beleid wordt bij voorkeur vastgelegd en opgevolgd door een multidisciplinair voedingsteam. 2In dit document worden de aanbevelingen met betrekking tot zowel het opsporen van ondervoeding als het evalueren van de voedingstoestand bij de volwassene (vanaf 16-18 jaar) verder toegelicht. De wetenschappelijke expertengroep heeft aanbevolen methoden voorgesteld voor de drie verschillende settings: ziekenhuizen, rusthuizen/rust- en verzorgingstehuizen en eerstelijnsgezondheidszorg of thuiszorg.
6 A. screening OP ONDERVOEDING 1. ZIEKENHUIZEN Meestal worden pati nten in het ziekenhuis opgenomen op de acute afdelingen, hetzij ten gevolge van een aandoening die hun voedingsbehoeften doet toenemen, hetzij met de bedoeling om onderzoeken en/of ingrepen te ondergaan die kunnen resulteren in een merkelijke vermindering van hun voedselinname. Het risico op ondervoeding is met andere woorden duidelijk aanwezig. Bovendien heeft de steeds kortere ligduur voor gevolg dat het voedingsteam weinig tijd heeft om de voedingstoestand bij opname te evalueren en een eventuele aangepaste voedingsinterventie op punt te stellen.
7 Daarom is het belangrijk om bij de keuze van een screening tool zeker rekening te houden met het feit dat de techniek eenvoudig moet zijn, snel moet kunnen worden uitgevoerd en tegelijkertijd in staat is alle risicopati nten op te sporen. De Nutritional Risk screening 2002 (NRS-2002)4 is een screening tool voor de evaluatie van het risico op ondervoeding en omvat een eerste stap die betrekking heeft op de opsporing (vier eenvoudige vragen) en een tweede stap die de evaluatie van de voedingstoestand, of van het risico op ondervoeding omvat. Deze screening tool is gevalideerd en erkend door ESPEN5.
8 Om die reden is deze methode geselecteerd als eerste keuze voor de gehospitaliseerde pati nt. De score houdt rekening met de voedingstoestand en de ernst van de onderliggende ziekte. Zie bijlage 1 voor een meer gedetailleerde beschrijving. De Malnutrition Universal screening Tool (MUST)6-8 is eveneens een waardevolle screening tool die met succes wordt toegepast en wordt daarom weerhouden als tweede keuze. De MUST combineert het percentage ongepland gewichtsverlies, de BMI en de aan- of afwezigheid van een acute aandoening. Zie bijlage 2 voor een meer gedetailleerde beschrijving.
9 Omdat de NRS-2002 nog onvoldoende gevalideerd werd bij geriatrische pati nten stelt de expertengroep voor om in het ziekenhuis een onderscheid te maken tussen volwassen pati nten en pati nten op een geriatrische afdeling. Voor deze laatste groep pati nten zijn de MUST en de de Mini Nutritional Assessment (MNA)9-10 de meest aangewezen screening 3tools, gevolgd door de NRS-2002. De MUST en de MNA sporen het risico op ondervoeding op met een zelfde prevalentie op de geriatrische afdelingen. De MUST is gemakkelijker en eenvoudiger toe te passen en de vragen van de MUST worden gemakkelijker ge ntegreerd in de verpleeganamnese.
10 Zie bijlage 3 voor een meer gedetailleerde beschrijving van de MNA. Het is belangrijk op te merken dat organisatorische factoren de uiteindelijke keuze van een screening tool kunnen be nvloeden. Conclusie met betrekking tot de screening op ondervoeding Pati nt Aanbevolen screening tool 1ste keuze 2de keuze Algemeen (>16-18 jaar) NRS-2002 MUST Geriatrische pati nten (> 75 jaar) MUST of MNA NRS-2002 2. RUSTHUIZEN EN RUST- EN VERZORGINGSTEHUIZEN In rusthuizen en rust- en verzorgingstehuizen gebeurt het screenen en opvolgen van de voedingstoestand meestal nog niet routinematig, zelfs niet wanneer de problematiek van ondervoeding onderkend wordt.