Transcription of Fiscaal strafrecht - tiberghien.com
1 Fiscaal strafrecht Grondwettelijk Hof verwerpt vernietigingsberoep tegen ernstige fiscale fraude Auteurs: Gertjan Verachtert / Gerd D Goyvaerts Editie: Fiscale Actualiteit nr. 08 p. 4-9 Publicatiedatum: 26 februari 2015 In een eerder kort gemotiveerd arrest oordeelt het Grondwettelijk Hof dat het begrip ernstige fiscale fraude , zoals in 2013 ingevoerd in diverse fiscale wetboeken, de toets van het wettigheidsbeginsel in strafzaken en het gelijkheidsbeginsel doorstaat. De ermee overeenstemmende zwaardere straffen blijven dus ook gehandhaafd. Het arrest houdt echter geen vrijgeleide in voor het parket. In de praktijk zal het parket omstandig, en aan de hand van objectieve criteria, moeten motiveren waarom fiscale fraude ernstig is. De strafrechter heeft daarbij de weinig benijdenswaardige taak om die criteria te vinden. Daarnaast rijst de vraag naar de impact van dit arrest op de preventieve en repressieve witwaswetgeving, waar het begrip ernstige fiscale fraude ook voorkomt, en naar de reactie van de wetgever op het arrest, zoals al aangekondigd in het regeerakkoord (GwH 5 februari 2015, 13/2015).
2 Sinds kort geldt in het Fiscaal strafrecht een strengere straf voor ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd (hierna ernstige fiscale fraude ) dan voor gewone fiscale fraude (zie Fisc. Act. 2013, 8/4 en 25/11). Voordien waren er in fiscalibus geen gradaties in fiscale fraude. Sinds 8 juli 2013 is immers het begrip ernstige fiscale fraude, al dan niet georganiseerd ge ntroduceerd in onder meer het WIB 92, Wbtw, W. Taksen en AWDA (wet van 17 juni 2013, BS 28 juni 2013). Daardoor kan voor feiten die zijn gepleegd in het raam van ernstige fiscale fraude , een hogere maximumgevangenisstraf van vijf jaar opgelegd worden. Voor gewone fiscale fraude bedraagt de maximale gevangenisstraf slechts twee jaar ( art. 449 WIB 92 en art. 73 Wbtw). Er werden geen specifieke boetes ingevoerd, zodat die dezelfde blijven voor feiten in het raam van gewone fiscale fraude als in het raam van ernstige fiscale fraude.
3 Noteer dat de geldboetes wel reeds fors verhoogd waren bij de wet van 20 september 2012 ( una via -wet zie Fisc. Act. 2012 , 37/8) : via een verhoging van het nominale bedrag van de sancties, en via het toepasselijk verklaren van de opdeciemen (wat betekent dat het bedrag van de boete met zes vermenigvuldigd wordt). Daardoor is het onder meer in inkomstenbelastingen en btw mogelijk om geldboetes tot 3 miljoen op te leggen, al dan niet in combinatie met de verbeurdverklaring van het illiciete vermogensvoordeel. Daarnaast werd het begrip ernstige fiscale fraude ook ge ntroduceerd in het strafwetboek (art. 505 Sw. en 43quater 1 Sw. - zgn. kaalplukwet van 19 december 2002), het Wetboek van Vennootschappen ( art. 265 en 530) en de preventieve witwaswet (art. 5 3 en art. 28 wet van 11 januari 1993) (wet van 15 juli 2013). In die wetteksten vervangt het nieuwe begrip de notie ernstige n georganiseerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of proc d s van internationale omvang worden aangewend , die door de wet van 7 april 1995 was ge ntroduceerd in de preventieve witwaswet.
4 De ratio legis voor de wetswijzigingen werd gezocht in het verhogen van meldingen van fiscale fraude aan de CFI. Ook zou een internationaal verzoek aan de basis liggen. Dat laatste slaat op de herziene aanbevelingen van de FATF en het ontwerp van vierde witwasrichtlijn van 5 februari 2013, die het begrip serious tax crimes introduceren. De FATF pleit nochtans niet voor een afzonderlijke strafbaarstelling voor serious tax fraud, maar stelt dat zwaarwichtige basismisdrijven (= strafbaar met gevangenisstraf) onder de witwaswetgeving moeten kunnen vallen. Daarvoor hoefde de Belgische wetgeving echter niet drastisch te wijzigen, want gewone fiscale fraude kon (en kan) al aanleiding geven tot een veroordeling voor het tweede of derde witwasmisdrijf (art. 505 lid 1 3 resp. 4 Sw.) voor de (mede)dader van het fiscale basismisdrijf, en het tweede witwasmisdrijf voor derden aan de onderliggende fiscale fraude (zie Fisc.)
5 Act. 2010, 28/8, 2007, 18/3, 2004, 33/1 en 38/7). Geen wettelijke definitie De wetgever heeft, ondanks het advies van de Raad van State ( Kamer 2012 -13, nr. 2756/1, 167), bewust geen wettelijke definitie gegeven aan het begrip ernstige fiscale fraude . In de memorie van toelichting bij de wet van 17 juni 2013 wordt enkel gesteld dat de ernst van het fiscale misdrijf kan worden beoordeeld op basis van : de aanmaak en/of het gebruik van valse stukken ; op basis van het omvangrijke bedrag van de verrichting en het abnormaal karakter van dit bedrag gelet op de activiteiten of het eigen vermogen van de cli nt ( Kamer 2012 -13, nr. 53-2756/1, 60). De memorie van toelichting verwijst ook naar de indicatoren in het KB van 3 juni 2007 [Over het bijvoeglijke dan wel autonome karakter van dat KB : Goyvaerts, De meldingsplicht wegens ernstige en georganiseerde fiscale fraude en de symbiose met de fiscale regularisatie , TFR 2007, afl.]
6 324, 542.] ( Kamer 2012 -13, nr. 53-2763/1, 9). Maar dat indicatoren-KB had tot doel het oude begrip ernstige n georganiseerde fiscale fraude te verduidelijken. Het KB is overigens door het Grondwettelijk Hof als louter interpretatief bestempeld volgens de theorie van de bijvoeglijke interpretatie (GwH 10 juli 2008, 102/2008, Fisc. Act. 2010, 14/7 en 2014, 16/2). De mate van organisatie van de fraude is niet langer doorslaggevend bij de beoordeling, maar is nog slechts n van de criteria voor de ernst van het misdrijf. Onder georganiseerd moet volgens de wetsvoorbereiding worden verstaan : het gebruik van een constructie die [in] opeenvolgende verrichtingen voorziet en/of de tussenkomst van een of meerdere tussenpersonen, waarin hetzij complexe mechanismen worden gebruikt, hetzij proced s van internationale omvang (ook al worden ze gebruikt op nationaal niveau).
7 De complexe mechanismen blijken uit het gebruik van simulatie- of verbergingsmechanismen die onder andere een beroep doen op vennootschapsstructuren of juridische constructies (MvT, Kamer 2012 -13, nr. 2756/1, 61). In wezen heeft de wetgever dan ook niet meer gedaan dan het updaten van de memorie van toelichting bij de al genoemde wet van 7 april 1995 en de programmawet van 27 april 2007, die reeds dezelfde criteria gaven om de ernst en de mate van organisatie van de fraude te beoordelen. De Raad van State stelde overigens toen al dat ernstige en georganiseerde fiscale fraude een buitensporig ruime en onduidelijke begripsomschrijving was, waarbij de enige zekerheid leek te zijn dat btw-carroussels bedoeld waren ( Senaat 1994-95, nr. 1323/1, 17). Daarbij past het nog een keer te wijzen op de ratio legis bij vooral de wet van 1995. Bedoeling was toen om de zwaarste vormen van economische en financi le delinkwentie onder het toepassingsgebied van de preventieve witwaswet te brengen ( Senaat 1994-95, nr.)
8 1323/1, 2). De opname van het begrip ernstige en georganiseerde fiscale fraude in de preventieve witwaswet in 1995 had dan ook meer te maken met de explicitering van het in de witwaswet reeds bestaande begrip georganiseerde misdaad , dan met de wens om een autonome meldingsgrond voor fiscale fraude te cre ren. Zo diende als indicator voor de beoordeling van de ernst van de fiscale fraude initieel ook het omkopen van ambtenaren (Ibid., 3), waarvan bij klassieke fiscale fraude uiteraard geen sprake is. Omkoping was overigens al sinds 1993 een autonome meldingsgrond, en is ondertussen uitgebreid naar actieve en passieve corruptie (wet van 12 januari 2004). Memorie van toelichting overtuigt niet Ondanks de overwegingen in de memorie van toelichting, bleek al snel dat de precieze draagwijdte van het nieuwe begrip ernstige fiscale fraude hoogst onvoorspelbaar was (zie Fisc. Koer. 2014, afl.
9 1-2-3, 168-171). Verwonderlijk was dat niet, want ook over de grenzen van de oude notie ernstige en georganiseerde fiscale fraude woedde een hevige discussie, al sinds de invoering ervan in de preventieve witwaswet ( Senaat 2005-06, nr. 1610/2). De onduidelijkheid bracht diverse partijen er dan ook toe om een verzoek tot vernietiging van de notie ernstige fiscale fraude in te dienen bij het Grondwettelijk Hof. Een eerste beroep werd ingesteld met het oog op de nietigverklaring van het fiscale misdrijf ernstige fiscale fraude . Er volgde ook nog een beroep van de Orde van de Vlaamse balies en van Febelfin tegen hetzelfde begrip in de preventieve en repressieve witwaswetgeving. Hof handhaaft notie ernstige fraude in fiscalibus Het Grondwettelijk Hof doet in zijn arrest van 5 februari nu een eerste uitspraak over de grondwetsconformiteit van de notie ernstige fiscale fraude in fiscalibus. Daarbij moest het Hof zich vooreerst uitspreken over de conformiteit van het begrip met het wettigheidsbeginsel in strafzaken (art.
10 2 en 14 Grondwet, art. EVRM en art. 15 lid 1 BUPO). Het wettigheidsbeginsel (lex certa, ook wel legaliteitsbeginsel) houdt in dat de strafwet zo geformuleerd moet worden dat elke burger kan uitmaken of gedrag dat hij op een bepaald ogenblik aanneemt, al dan niet strafbaar is [Bv. Cass. 3 februari 2009, , Arr. Cass. 2009, 365.]. Het Hof moest dus onderzoeken of het begrip ernstig voldoende nauwkeurig en voorzienbaar is (en ruimer, ook de woorden omvangrijke , verrichting , abnormaal en cli nt in de memorie van toelichting). Daarnaast was de vraag of het criterium ernstige fiscale fraude geen discriminatie tot stand brengt. Geen schending strafrechtelijk wettigheidsbeginsel Maar volgens het Grondwettelijk Hof schendt het begrip ernstige fiscale fraude het wettigheidsbeginsel niet. Samengevat stelt het Hof dat het wettigheidsbeginsel niet belet dat de wetgever aan de bevoegde rechter een zekere beoordelingsbevoegdheid over de strafnorm toekent.