Transcription of De procedure van overlegging van stukken - …
1 Dat de heer op 6 januari 1996 overlijdt en zijn na- derd aan verwerende partij, en dat zelfs inzage kan wor- latenschap toekomt aan eisende partij en zijn tweede echt- den gevorderd over de ganse duur van het huwelijk, doch genote, , dewelke deze aanvaarden, en waarbij dat slechts 10 jaar wordt gevorderd omdat een bankier de nalatenschap in naakte eigendom toekomt aan eisende de gegevens van de klanten slechts gedurende 10 jaar partij en in vruchtgebruik aan weduwe bewaart. Overwegende dat mevrouw titularis is van een re- Overwegende dat in casu eisende partij geen reeds ver- kening bij verwerende partij die uitsluitend op haar eigen kregen en dadelijk belang heeft overeenkomstig artikel naam staat, waarvan thans eisende partij inzage vordert 18 om de vordering lastens verwerende partij te gedurende 10 jaar v r het overlijden van wijlen ; stellen daar eisende partij (.)
2 Bewijst dat mevrouw alle relevante infor- matie omtrent mogelijke elementen van de nalaten- In rechte schap weigert te verschaffen (en toepassing dient ge- maakt te worden van artikel 877 );. Overwegende dat verwerende partij een derde is in de bewijst dat uit de onderhandelingen in het kader relatie tussen eisende partij en mevrouw ; van de vereffening en verdeling van de nalatenschap dat eisende partij toegeeft de gewenste informatie niet van wijlen de heer blijkt dat er aanwijsbare re- te hebben gevraagd noch gevorderd van mevrouw , denen zijn voor de toepassing van artikel 792 over wiens bancaire verrichtingen het uiteindelijk gaat, in hoofde van mevrouw doch bovendien uitdrukkelijk ter zitting stelt deze infor- Overwegende dat derhalve de vordering als onontvan- matie niet te zullen vragen of vorderen van mevrouw kelijk dient te worden afgewezen.
3 Overwegende dat eisende partij ter zitting zelfs stelt (..). niet te moeten motiveren waarom inzage wordt gevor- De procedure van overlegging van stukken 1. In onderhavig geval wenst een erfgenaam, enig kind Het belang, zoals omschreven in de artikelen 17 en 18. van de overledene, een overzicht te bekomen vanwege Ger. W., is elk materieel of moreel voordeel dat door de de bankinstelling van de verrichtingen die gebeurd zijn persoon, die de vordering instelt, mag verwacht worden op een eigen rekening van de langstlevende echtgenote en waardoor zijn huidige rechtstoestand gewijzigd en van de decujus, en dit over een periode van tien jaar voor- verbeterd zou kunnen worden1 . afgaand aan het overlijden van de decujus. Als vereiste wordt gesteld dat het belang, naast recht- De vordering tot overlegging van dit stuk wordt als streeks en persoonlijk, ook actueel moet zijn.
4 Een actio onontvankelijk afgewezen bij gebrek aan een reeds ver- ad futurum, bv. wanneer de schade nog niet ontstaan is, kregen en dadelijk belang in de zin van artikel 18 Ger. W. is met andere woorden in beginsel niet toelaatbaar. De motivering van dit gebrek aan belang luidt dat ei- Toch bevestigt het 2de lid van artikel 18 Ger. W. ech- sende partij geen bewijs levert dat zij de gegevens aan ter de ontvankelijkheid van een preventieve vordering, de langstlevende, eigenaar van de bewuste rekening, en met name wanneer de eisende partij nog niet noodza- heeft gevraagd en dat eisende partij bovendien geen be- kelijk schade heeft geleden2 . Dit wordt onder meer ge- wijs naar voren brengt dat de langstlevende echtgenote preciseerd in de artikelen 584, 4 en 962 Ger. W. zich schuldig zou hebben gemaakt aan recel in de zin van artikel 792 Wat betreft het belang, of minstens de bedoeling van de vordering van eisende partij, ligt dit ongetwijfeld in 2.
5 De vraag rijst of een dergelijke motivering wel het pogen om de hereditaire massa correct samen te stel- strookt met de definitie van artikel 18 Ger. W. en de len. voorwaarden waaraan een vordering op grond van arti- kel 877 Ger. W. dient te voldoen. Tot deze hereditaire massa behoren niet enkel de op het ogenblik van het overlijden bestaande goederen, ver- Immers, hoewel dit niet expliciet uit het geannoteerde minderd met de schulden, doch ook alle schenkingen, vonnis blijkt, is de rechtsgrond van de door eisende par- die de decujus tijdens zijn leven heeft gedaan. tij ingestelde vordering te vinden in het artikel 877 Ger. W., met name de procedure tot overlegging van stukken . Het is immers algemeen bekend dat een erfgenaam gehouden is inbreng te doen van alle giften, die hij als 3. Had men te dezen geen belang om de overlegging voorschot op erfdeel heeft ontvangen (artikel 843 ).
6 Van de gevraagde informatie te vorderen? 1 J. LAENENS, Gerechtelijk privaatrecht en bewijsrecht, Antwerpen, , 1989, 12. 2 B. MAES, Overzicht van het Gerechtelijk Privaatrecht, Die Keure, 1998, 98. MYS & BREESCH, uitgevers , 1999-00 879. Een mede rfgenaam kan deze inbreng vorderen over- In onderhavige zaak werd dit niet betwist. eenkomstig artikel 857 , doch dient in dit geval het bewijs te leveren van de schenkingen3 . De procedure van overlegging van stukken , zoals ver- vat in artikel 877 Ger. W., geeft aan de Rechter de moge- Dit bewijs kan worden geleverd met alle middelen lijkheid om in bepaalde omstandigheden en onder be- rechtens. paalde voorwaarden de overlegging te bevelen in origi- neel of in afschrift van elk stuk waarvan een partij in het Door het instellen van de vordering tot overzicht van geschil of een derde houder is5 . de verrichtingen op de persoonlijke rekening van de langstlevende wilde eiseres vermoedelijk aantonen, cq.
7 De ratio legis van dit artikel moet worden gezocht in minstens nagaan, of de decujus tijdens zijn leven geen de loyale medewerking van de partijen aan de bewijs- schenkingen van eigen goederen heeft gedaan. voering, waarmee tegelijkertijd op formele wijze het adagium nemo tenetur edere contra se werd verwor- In voorkomend geval zouden deze schenkingen im- pen6 . mers moeten worden ingebracht als deel uitmakend van zijn hereditaire massa. 5. Met betrekking tot de procedure van overlegging van stukken zijn vier voorwaarden te onderscheiden7 . De vraag rijst dan ook of eiseres inderdaad geen be- lang had bij het instellen van de vordering, gericht tegen Het stuk, waarvan afgifte wordt gevraagd, moet de bankinstelling alwaar de bedoelde rekening werd ge- het bewijs zijn van een ter zake dienend feit; de relevan- opend. tie van het feit en dus het nut van het stuk moet door de eiser worden aangetoond, doch het oordeel hiervan be- Volgens de Rechtbank niet, aangezien eiseres zich hoort soeverein aan de Rechter toe.
8 Eerst had dienen te wenden tot de eigenaar van de reke- ning zelf, zijnde de langstlevende echtgenote. In onderhavig geval kan het nut van het opvragen van de bancaire verrichtingen worden gevonden in het bepa- Pas bij weigering door deze laatste zou men zich kun- len van de omvang van de hereditaire massa, en vervol- nen richten tot de bankinstelling zelf. gens het eventueel instellen van een vordering tot in- breng lastens de langstlevende echtgenote. Aldus stelt de Rechtbank dat een partij een vordering tot overlegging van stukken in een welbepaalde volgor- Op basis van de gegevens met betrekking tot de bank- de moet instellen. rekening zou eventueel kunnen worden uitgemaakt of er inderdaad schenkingen van eigen gelden aan de langst- Deze redenering is mijns inziens voor enige kritiek levende zijn gebeurd. vatbaar. Navolgend worden dan ook de voorwaarden voor de overlegging van stukken op grond van artikel Zoals het vonnis uitdrukkelijk bepaalt, werd in casu 877 Ger.
9 W. nader onderzocht. het instellen van de vordering niet gemotiveerd, reden waarom de vordering mogelijks werd afgewezen. 4. Voorafgaandelijk weze opgemerkt dat de vordering tot overlegging van stukken op grond van artikel 877 Men kan enkel de overlegging vragen van een stuk, Ger. W. principieel is ingesteld als een tussengeschil met een begrip dat ruim moet worden ge nterpreteerd. Onder het oog op de nadere bewijsvoering in een concreet ge- stuk kan immers worden verstaan elk gematerialiseerd schil (artikel 879 Ger. W.) stuk dat een bewijs kan verschaffen (akten, brieven, boekhouding, maar ook foto's, geluidsopnames, enz.). Naar analogie van de overige wettelijk voorziene pro- cedures om bewijzen te verkrijgen -schriftonderzoek (ar- Uiteraard moet het over te leggen stuk precies worden tikel 883 Ger. W.), valsheidsprocedure (artikel 895 Ger.)
10 Gedefinieerd. Vaagheid in de omschrijving zal dan ook W.) en deskundigenonderzoek (artikel 962 Ger. W.)-, die met afwijzing van de vordering worden gesanctioneerd8 . zonder enig probleem bij wijze van hoofdvordering kun- nen worden ingeleid, moeten ook voor de overlegging Een overzicht van bancaire verrichtingen valt onge- van stukken dezelfde principes worden toegepast4 . twijfeld onder deze voorwaarde. 3 M. PUELINCKX-COENE, Erfrecht, Antwerpen, Kluwer Rechtswetenschappen Belgi , 1996, 396. 4 S. STIJNS, De overlegging van stukken in het Gerechtelijk Wetboek, Jura Falc. 1984-85, 214; J. VAN COMPERNOLLE, , La production forc e de documents dans le Code judiciaire , Ann. Dr. 1981, 95. 5 S. STIJNS, , 199. 6 J. VAN COMPERNOLLE, 89. 7 S. STIJNS, , 208. 8 A. BRUYNEEL, noot onder Cass. 25 oktober 1978, 1979, 376. 880 , 1999-00 MYS & BREESCH, uitgevers De partij of de derde van wie afgifte wordt gevor- Tegen het uitgesproken vonnis kan geen hoger derd, moet houder en werkelijk bezitter zijn van het ge- beroep, noch verzet worden aangetekend (artikel 880, vraagde, minstens moeten hieromtrent overeenstemmen- lid 2 Ger.